Focus op fiscale procedures, controles en rechtspraak die de rechten, risico’s en verplichtingen van ondernemingen bepaalt.
Deze opleiding behandelt de meest recente ontwikkelingen in de vennootschapsbelasting op het vlak van fiscale procedure, controles, rechtspraak en enkele relevante wijzigingen voor aanslagjaar 2027. De nadruk ligt op de rechten en plichten van belastingplichtigen tijdens controles, de evolutie van sancties en termijnen, de aanpak van fiscale fraude en een aantal belangrijke arresten die de praktijk beïnvloeden. Daarnaast komen recente wetgevende aanpassingen aan bod die van belang zijn voor ondernemingen, bedrijfsleiders en hun adviseurs. De opleiding bestaat uit onderdelen over belastingverhogingen, niet-ingekohierde voorheffingen, onderzoeks- en aanslagtermijnen, de strijd tegen belastingontduiking, parlementaire vragen en rechtspraak, aandachtspunten voor aanslagjaar 2027 en een afsluitende vragenronde.
Eerst wordt toegelicht hoe de regeling rond belastingverhogingen grondig wijzigde. Een eerste overtreding die te goeder trouw gebeurt, leidt voortaan in principe niet meer automatisch tot een belastingverhoging. Goede trouw wordt vermoed aanwezig te zijn, tenzij de fiscus het tegendeel bewijst. Daarbij wordt het onderscheid verduidelijkt tussen vergissingen en handelingen met de bedoeling belasting te ontduiken. Ook de gevolgen van laattijdige aangiften, aanslagen van ambtswege en de rangorde van overtredingen komen aan bod. Verder wordt uitgelegd hoe de regeling werkt voor roerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing.
Vervolgens bespreekt de opleiding de procedure voor bezwaren tegen niet-ingekohierde voorheffingen. Na uiteenlopende rechtspraak en onduidelijkheid in de wetgeving werd bevestigd dat eerst een administratieve bezwaarprocedure moet worden gevolgd voordat een zaak aan de rechtbank kan worden voorgelegd.
Daarna volgt een uitgebreide toelichting over onderzoeks- en aanslagtermijnen. De wetgever vereenvoudigde het systeem door terug te keren naar drie belangrijke termijnen: drie jaar als standaardregel, vier jaar voor bepaalde situaties zoals complexe aangiften of aanslagen van ambtswege, en zeven jaar bij fraude. Ook de bewaartermijn voor fiscale documenten werd teruggebracht tot zeven jaar.
In het deel over de bestrijding van belastingontduiking wordt kort verwezen naar de minimumbelasting voor multinationals. Meer aandacht gaat naar de klokkenluidersregeling, die werknemers, bestuurders en andere betrokkenen de mogelijkheid biedt om fiscale fraude vertrouwelijk of anoniem te melden, met wettelijke bescherming tegen vergeldingsmaatregelen.
De rechtspraak behandelt onder meer de bewijskracht van jaarrekeningen, de fiscale behandeling van verhuur van een privévoertuig aan een vennootschap, het visitatierecht van de fiscus, de fiscale behandeling van bedrijfsfietsen en de discussie rond de Antigoon-doctrine. Daarbij wordt duidelijk dat de rechtspraak nog steeds zoekt naar een evenwicht tussen fiscale controlebevoegdheden en de bescherming van de rechten van belastingplichtigen.
Tot slot bespreekt de opleiding toekomstige wijzigingen zoals de verhoging van maaltijdcheques, aangepaste investeringsaftrekken, nieuwe regels voor familiale vennootschappen en wijzigingen in de registratierechten.
Dankzij deze combinatie van procedure, rechtspraak en actualiteit biedt de opleiding een praktisch overzicht van recente fiscale evoluties en helpt zij professionals om fiscale risico’s beter te beoordelen en kansen tijdig te herkennen.